Universiteit LeidenZegel Universiteit Leiden

Home > news > ivhouten 

Leiden Observatory

Teksten uitgesproken op de begrafenisplechtigheid van Ingrid van Houten-Groeneveld

Uitgesproken door Rudolf Le Poole

In 1965 ging ik als jong studentje (net 'candidaatsexamen' gehaald ~ Bachelor) bij Kuiper in Tucson werken aan maankrater statistiek om het draagvermogen (voor astronauten) van het stoffige maanoppervlak (Harold Urey) te schatten. De truc werd het identificeren van inslag kraters en vanuit hun statistiek het 'omploegen' van het maanoppervlak afschatten. Dit met behulp van de eerste succesvolle Ranger VII foto's vlak voor inslag (kleinste kratertjes ~ 30 cm!)

Die inslagen ontstonden natuurlijk door het 'gruis' vanuit de asteroïdengordel in ons zonnestelsel, en dus werd mijn interesse daarin allengs meer gewekt. Toen ik ruim een jaar later (zomer 1966) weer terugkwam in Leiden om nu mijn studie weer ter hand te nemen was niet alleen mijn motivatie veel beter opgetuigd, maar vooral ook mijn interesse voor de asteroïden in ons zonnestelsel, hun afmetingen verdeling en hun banen en al wat daarbij komt.

Nu bof ik: immers de key medewerkers van Kuiper aan deze probleemstelling waren al net in '60 weer terug naar Europa (naar Leiden): een medewerker van Oort (Cees van Houten) en zijn net verworven ega Ingrid van Houten - Groeneveld. Kuiper stuurde mij bijna letterlijk 'op hun dak'.

Zo gezegd zo gedaan, maar dat leverde minder oplossingen dan ik me had voorgesteld. Het genuanceerd rubriceren van de recente ontdekkingen, vooral in de Palomar Leiden Survey was nog moeilijk en in volle gang. Die PL Survey, met Kuipers aanmoediging en Tom Gehrels inzet aan de telescoop (48" Schmidt, net nieuw in die tijd) vroeg veel nieuwe uitwerkingen. Toch wat veel voor een jonge student! Daarbij bleek ook al gauw, dat ik eerst veel meer moest bestuderen van wat Cees en Ingrid al hadden ontdekt: Asteroïden families en Trojanen bijvoorbeeld (baanfamilies), niets van die statistisch gladde verdeling die ik me naïef had voorgesteld.

En om dat veel beter te leren inzien moest ik eerst ook nog maar eens heel veel meer over gaan leren fotografie.

Dat bleek moeilijker dan ik had gedacht, en de verworvenheden daaruit ook breder toepasbaar dan alleen voor kleine planeten. Dat kostte me een veel te lange tijd (10 a 15 jaar) maar in het contact met Cees en Ingrid heb ik enorm veel 'Asteroïdengordel' geleerd, terwijl ik ook steeds meer over fotografie opstak. Ik leerde eigenlijk steeds beter wat een monumentaal stuk werk zij verzetten.

Een bijzonder 'bijproduct' van dat vinden van kleine planeten was het recht voor de ontdekker om de ontdekte planeten te vernoemen. Voorwaarde was een zo goede baan dat de planeet niet meer kwijt kon raken.

Gelukkig leerde ik inmiddels zelf ook zaken waar ik hun wat bij kon helpen: op fotografisch gebied werd ik een beetje de vraagbaak, en zo hebben Ingrid en ik tot nog na afgelopen Kerstmis kunnen overleggen wat met al dat onvervangbare fotografisch materiaal nog zou moeten.

Ingrid was eigenlijk nooit over te halen om de waarde van dat 'antieke spul' maar eens wat minder hoog aan te slaan. Haar ontzag voor onvervangbaar feitenmateriaal, ook al kost dat een flinke inspanning om het te benutten heeft mij toch ook vaak weer over gehaald. Ingrid heeft daarbij ook concreet bijgedragen on buitenlandse collegae als bijvoorbeeld Rene Hudec uit Praag gebruik van ons platenmateriaal te kunnen laten maken. Haar toewijding om gebruikers van fotografisch materiaal zorgvuldigheid bij te brengen werd spreekwoordelijk en toch effectief zoals Ralph zo treffend onder woorden bracht. Velen van u zullen zijn aankondiging in Amsterdam inmiddels wel hebben gezien.

Toch was Ingrids dwingende inzicht telkens heel acceptabel gebracht. Voorop bleef staan dat het nodig was oog voor de betrokken persoon boven water houden. Dat kwam op allerlei manieren natuurlijk naar voren: als studentenbegeleider was ik vaak te hardvochtig (one track minded). Dan was er altijd Ingrid die me wees op de motivatie en toewijding van de student in kwestie. Afkeuren van personen was er eigenlijk niet bij; eerst drijfveren begrijpen en alternatieven helpen verzinnen.

Dat ging natuurlijk eigenlijk veel verder: Ingrid merkte als vanzelfsprekend op dat iemand dreigde in verdrukking te komen, of tenminste nu even moest worden opgevangen. Dan was zij daarmee al zo bezig dat het kaderzettend werd voor andere betrokkenen. Ik denk dat ik als studentenbegeleider daarvan meer merkte dan vele collegae, maar langzamerhand wisselen die functies voor onderwijs en begeleiding zozeer, dat toch eigenlijk welhaast iedereen op de Sterrewacht van Ingrid vergelijkbare aanwijzingen kreeg. Als het onvoldoende wilde lukken om een succesroute in de sterrenkunde voor studenten op te tuigen bleef zij toch hameren op onze verantwoordelijkheid om ze te helpen met het ‘wat dan’ en toch helpen alternatieven aan te dragen. Ze was daarbij buitengewoon creatief in het verzinnen van andere routes en contacten, zozeer dat het zeer aanmoedigend was om eens te trachten haar ook op dat vlak bij te houden.

Haar onaflatende inzet voor het zeer zorgvuldig vernoemen van steeds weer nieuwe kleine planeten waarvan de baan goed genoeg werd bleek steeds indringender een van de vele uitingen van haar strategisch inzicht om de juiste personen op het juiste moment te waarderen. Dat heeft zij volgehouden tot na de afgelopen jaarwisseling. Dat ging over collegae, maar ook over amateurs of andere mensen met een indrukwekkende bijdrage. Ruimtevaart of KNVWS, of een ondervereniging daarvan, de Vereniging van Waarnemers van NEOs en Kleineplaneten waar zij erelid van was, maar ook bijvoorbeeld schrijfster Hella Haasse

Zo heeft iedereen op de Sterrewacht, niet alleen studenten maar ook stafleden die eens wat meer persoonlijke steun goed konden gebruiken Ingrid ervaren als de altijd op het goede moment op de juiste plek aanwezige steun. Alleen om aan te geven dat dat ook persoonlijk zo uitpakte: Ingrid heeft altijd meegeleefd met wat het in mijn leven en dat van mijn kinderen betekende toen ons huwelijk tenslotte werd ontbonden, en mede dank zij haar pacificerende invloed op mij kan ik daar nu zonder wroeging op terugkijken en is het meeste daarin toch goed terecht gekomen. Ze heeft ook zeer meegeleefd toen mijn zielige vrijgezelschap weer werd opgeheven toen ik mijn Hermine vond, en dat is nooit opgehouden.

Zo heeft vrijwel iedereen in de afgelopen tijd van Ingrid kunnen leren hoezeer oog voor elkaars wel en wee uitmaakt voor de dagelijkse atmosfeer in het instituut en zelfs voor de Nederlandse sterrenkunde. Dat bleef zo tot en met haar laatste fase in verpleeghuis Wijckersloot, waar ze nog steeds graag gedetailleerd bleef vragen naar het wel en wee van de collegae. En daar gevraagd of ongevraagd advies aan toevoegde.

Het is mijn vaste overtuiging dat we een groot deel van ons familie-gevoel in onze prachtige en prettige sterrenkunde hebben leren ontlenen aan Ingrid's houding in dit opzicht.

Wat zullen wij haar verschrikkelijk gaan missen; laten we toch vooral dat voorbeeld met zorg voor ogen blijven houden.

Lieve Ingrid, bedankt voor zoveel vriendschap en toewijding!

Uitgesproken door Harm Habing

Ik wil kort Ingrid's wetenschappelijke loopbaan schetsen, zoals ik die heb kunnen reconstrueren uit haar publikaties. Haar eerste artikel verschijnt in 1947 als ze vijfentwintig jaar oud is. Ze is dan verbonden aan de Landessternwarte Baden in Heidelberg en beschrijft metingen gedaan tijdens de oorlog, tussen 1942 en 1944. Ze heeft dus de oorlog heel bewust meegemaakt. Dat was een ellendige tijd voor de bewoners van de door Duitsers bezette landen maar ook voor de vele Duitse burgers zelf, zeker hen die Hitler nooit gewild hadden. Ingrid heeft haar portie gehad- ze heeft dierbare vrienden verloren en heeft altijd een licht schuldgevoel had dat ze, omdat ze vrouw was, de gelegenheid kreeg om zo'n barre tijd te promoveren.

De metingen die ze tijdens de oorlog deed waren modern. Ze mat de sterkte van het licht van veranderlijke sterren met een 'lichtelektrische fotometer' die veel nauwkeuriger resultaten kon leveren dan kon worden afgeleid uit fotos. Haar eerstvolgende publikaties zijn uit 1952 en gaan over kleine planeten. Ik schat dat ze haar proefschrift betreffen. En dan steekt ze de grote plas over en komt aan op de Yerkes sterrewacht bij Chicago waar ze gaat werken onder leiding van de Amerikaanse, maar in Leiden opgeleide astronoom Gerard Kuiper. Kuiper onderzoekt ook kleine planeten maar heeft inmiddels veel meer en veel betere waarnemingen- niet verbazingwekkend, want de mogelijkheden in de VS waren natuurlijk superieur aan wat in Europa mogelijk was, zeker in die eerste naoorlogsjaren. Kuiper publiceert in 1958 met zijn medewerkers de resultaten van ene groot onderzoeksprogramma en de lijst van 7 auteurs bevat behalve 'I. Groeneveld' (haar meisjesnaam) ook de Nederlanders Tom Gehrels en Kees van Houten. Het is de eerste publikatie met de namen van Kees en van Ingrid. En dan is er een publikatie uit hetzelfde jaar van hen beide waarbij Ingrid niet langer als I. Groeneveld is vermeld, maar als I. van Houten-Groeneveld- ook al betreft het waarnemingen gedaan toen ze nog niet waren getrouwd. Ik denk zelfs dat achter deze publikatie het begin van de romance zit. De anecdote is al door velen verteld, en ik ken hem uit de tweede of derde hand.

Er moesten waarnemingen worden gedaan over kleine planeten om enkele opgekomen vragen op te lossen. Die zouden worden gedaan op de McDonald sterrewacht in Texas waarvan Kuiper de directeur is; een heel eind weg van Chicago en een lange treinreis er naar toe. Ingrid zal die waarnemingen gaan doen samen met een andere astronoom, wiens naam ik niet weet. Maar op een laat ogenblik deelt Kuiper aan die andere astronoom mee dat hij van het rooster is gehaald en dat Kees van Houten in zijn plaats zal gaan. En Kees wordt meegedeeld dat die andere astronoom helaas opeens niet kan gaan en dat hij, Kees, de enig andere is die beschikbaar is. Kuiper heeft al lang gezien dat er tussen Kees en Ingrid iets moois aan het ontluiken is en dat Kees wat lang aarzelt om zijn gevoelens Ingrid mee te delen. Een weekje samen op die berg in Texas, ver weg van de bewoonde wereld, zal het proces wel versnellen, denkt Kuiper. En ja, als ze terugkomen 'is het aan'.

Er komt behalve een huwelijk (en Karel) ook een heel groot onderzoeksprogramma voort uit het onderzoek van Kuiper en zijn medewerkers: wellicht geadviseerd door Kuiper besluiten Tom Gehrels, Ingrid en Kees tot een grote uitbreiding van het al gedane onderzoek met nieuwe middelen: neem hemelfotos met de nieuwe, grote Schmidt telescoop in Californië; dan kun je gemakkelijk kleine planeten vinden die nog veel zwakker (en kleiner) zijn dan tot nog toe waren gevonden. Dit wordt een heel groot project dat meer dan tien jaar tijd nodig heeft. Tom Gehrels, die in Amerika blijft, neemt de fotografische platen op en Kees en Ingrid zoeken op die platen de kleine planeten. Want Ingrid is, zoals het hoorde, met Kees mee naar Leiden gekomen. En zoals het toen ook hoorde, krijgt ze er geen aanstelling want de vrouw van een ambtenaar mag geen baan krijgen als ambtenaar. Stel je voor! En zo werken ze samen aan hun project: Kees als wetenschappelijk medewerker en Ingrid als onbezoldigde gast, betaald een beetje door haar liefde voor Kees maar nog meer door haar liefde voor de sterrenkunde. Het werk is succesvol: op een hedendaagse, wereldwijde lijst van ontdekkers van kleine planeten staat Ingrid aan de top met maar liefst 4607 ontdekte objecten. En omdat de ontdekker van een kleine planeet het object mag vernoemen is het geen wonder dat de sterrewacht in Leiden van alle instituten in de wereld de meeste astronomen telt naar wie een kleine planeet is vernoemd! Als we dat aantal eens konden gebruiken voor een objectieve meting van de kwaliteit van een sterrenkundig instituut!

Maar Ingrid heeft onbezoldigd meer gedaan. Zo heeft ze samen met Kees de collectie van honderden fotografische platen beheerd van de zogenaamde Palomar Sky Survey: de hele noordelijke hemel opgenomen op platen van met die al genoemde grote telescoop in Californië, waarvan copieën werden gestuurd naar sterrewachten overal ter wereld. Het was een archief van wat er aan de hemel te zien viel en ieder die snel wilde weten wat er in een bepaald gebied te vinden was raadpleegde dit archief. In deze tijd waarin iedereen elektronisch verbonden is met iedereen, en vrije en onmiddellijke toegang heeft tot enorme gegevensbestanden is het moeilijk de wereld voor te stellen zonder die verbindingen: als je toen wilde weten wat er te zien was in de buurt van dat en dat melkwegstelsel, bijvoorbeeld als voorbereiding voor een waarneming met de Westerbork telescoop, dan moest je dat gebied opzoeken op glazen platen van een halve meter in het kwadraat die opgeborgen waren in speciale mappen in speciale kasten. En de sleutel tot die kasten kreeg je van Ingrid, met de mededeling 'Gene fingerabdrukken op de Platten achter laten'. Wanneer Ingrid geëmotioneerd raakte dan merkte je weer hoe sterk het Nederlands op het Duits lijkt.

Ik wil nog een punt noemen waarom ik Ingrid zo heb gewaardeerd. Het is misschien een klein punt, maar het betreft iets waardevols. In de jaren negentig was Ingrid het centrum, bijna de moeder, van jongere vrouwen op de Sterrenwacht, secretaresses, promovendae en postdocs. Men lunchte samen en vierde samen verjaardagen. Nicole van der Bliek en Marie de Muizon, waarmee ik toen samenwerkte, vertelden me er altijd hele warme verhalen over. Ingrid heeft hiermee ongetwijfeld de emancipatie van vrouwen vooruit geholpen.

Ingrid heeft een lang leven gehad en, na die hele moeilijke oorlogsjaren, ook een voorspoedig leven. We mogen dankbaar zijn voor de aanwezigheid van deze vrouw met karakter die altijd de wetenschap zo toegewijd is geweest. Daarin is ze een voorbeeld voor ons allemaal.