Leiden University (Dutch) Leiden Observatory Banner

Adriaan Blaauw 1914-2010

Na een korte ziekte is Adriaan Blaauw overleden op 1 december 2010.

Adriaan Blaauw was jarenlang de nestor van de Nederlandse Sterrenkunde, een rol die hij met zichtbaar genoegen vervulde. Hij zat nooit verlegen om een verhaal (of om de tijd om dat verhaal te vertellen), en genoot ervan om met iedereen over sterrenkunde te praten. Hij was welbekend om zijn baanbrekend onderzoek aan de OB associaties en de 'runaway' OB sterren en als co-editor van Deel 5 uit 1965 (over de structuur van de Melkweg) van de 'Stars and Stellar Systems' serie. Ook als voorzitter van de commissie die de invoercatalogus van de HIPPARCOS missie vaststelde leverde hij een grote bijdrage. Tot het laatst was zijn intellect messcherp, en velen zullen zich gesprekken herinneren waarin een recent onderzoeksresultaat werd ontvangen met een minzaam en welgemeend compliment, vergezeld van een indringende vraag, die werd gesteld met eem twinkeling in de ogen. Maar de dierbaarste herinnering blijft zijn warme persoonlijkheid - het is moeilijk zich een vriendelijker man voor te stellen.

Adriaan Blaauw werd geboren op 12 april 1914 in Amsterdam en na een ontmoeting met Willem de Sitter besloot hij in 1932 in Leiden te gaan studeren. Als student nog werd hij assistent bij Pieter van Rhijn in Groningen, waar hij in 1946 cum laude promoveerde op een proefschrift over de Scorpio Centaurus Cluster. In 1945 was hij al weer toegetreden tot de staf van de Sterrewacht in Leiden, voordat hij in 1953 als associate professor vertrok naar het Yerkes Observatorium van de University of Chicago.

In 1957 keerde hij weer terug naar Nederland als directeur van en hoogleraar bij het Sterrenkundig Laboratorium Kapteyn in Groningen en begon hij de opbouw van dit instituut. In die tijd werd hij ook betrokken bij de oprichting van de ESO, de Europese Zuidelijke Sterrenwacht, oa als part time wetenschappelijk directeur. In 1970 vertrok hij uit Groningen en werd hij de tweede Directeur-Generaal van de ESO. Tijdens zijn mandaat zorgde hij er voor dat de technische afdeling van de ESO werd ondergebracht bij het CERN in Geneve, en dat de 3.6m telescoop, ESO's 'vlaggeschip', werd voltooid. Na zijn periode bij de ESO werd hij in 1975 tot zijn pensionering in 1981 hoogleraar in Leiden. Van 1976 tot 1979 was hij tevens president van de Internationale Astronomische Unie, de IAU. Dankzij zijn diplomatieke gaven slaagde hij erin China terug te brengen in de IAU.

Tijdens zijn leven zag Adriaan de sterrenkunde onherkenbaar veranderen. De uitdijing van het heelal, evolutie van melkwegstelsels, de afstandsschaal, sterevolutie, sterpopulaties, quasars en vele andere verschijnselen werden ontdekt of verklaard tijdens zijn leven. Observatoria in de ruimte, radiotelescopen en computers verschenen gedurende dezelfde periode en werden steeds krachtiger, evenals ook de optische telescopen, ook die van de ESO. In het begin van 2010 bezocht Adriaan Paranal nogmaals om met eigen ogen de vooruitgang te zien - naar verluid was de twinkeling in zijn ogen wanneer hij de astronomen vroeg over hun waarnemingen, onveranderd.

Adriaan genoot een goede gezondheid tot ver na zijn negentigste verjaardag, en bleef een geregelde bezoeker in Leiden. Na zijn pensionering ging hij terug naar zijn historische boerderij bij Groningen en kreeg hij een benoeming als emeritus hoogleraar bij het Kapteyn Instituut, waar hij intensief bleef omgaan met zowel de staf als de studenten. Gedurende deze periode zag hij de spectaculaire resultaten van de HIPPARCOS-satelliet (niet het minst dankzij zijn eigen inspanning en aanmoediging verkregen). Geschiedenis en historisch besef hadden altijd zijn grote belangstelling met als gevolg dat hij niet alleen de vroege geschiedenis van de ESO (1991) beschreef, maar zich ook verdiepte in de geschiedenis van de familie Blaauw gebaseerd op 17e eeuwse bronnen uit het Noord-Hollandse Graft, waar zijn wortels liggen. Hij investeerde ook tijd en energie in het opzetten van de IAU archieven, waarvoor hij in zijn kleine Volvo veel bezoeken aan Parijs bracht. Dit leidde in 1994 tot het boek 'Geschiedenis van de IAU'.

In 2004 schreef Adriaan zijn herinneringen op voor de Annual Reviews of Astronomy and Astrophysics, een waar genoegen om te lezen. De warmte, de humor, het respect en de geestigheid, maar ook de waarachtige historische visie die zij uitstralen zijn inspirerend.

Wij hebben een dierbare vriend verloren, die wij ons nog lang vol warme gevoelens zullen herinneren.
Hij ruste in vrede.

Koen Kuijken
Jan Lub